| 1 reactie

tags: Tips en adviezen

Strijdtaal versus oudertaal

Tijdens bemiddelingsgesprekken tussen gescheiden ouders hoor ik regelmatig uiteenlopende irritaties van de ene ouder over de andere ouder. Irritaties over hoe een ouder een boodschap brengt, hoe een ouder reageert op iets wat de ander zegt of hoe de andere ouder niet lijkt te luisteren. Of die irritaties nu juist zijn of niet; regelmatig hoor ik terugkerende punten. Deze irritaties worden vanuit Ouderschap Na Scheiding ook wel strijdtaal genoemd.

Hieronder een aantal voorbeelden van strijdtaal:

  • Opdrachten geven: “Ik wil dat je de kinderen voortaan om 17.00 uur terugbrengt in plaats van om 19.00 uur”.
  • Van alles erbij halen: “Ik wil niet dat je de kinderen vaker gaat zien, een dag per week is genoeg. Vroeger interesseerde je je ook meer voor andere dingen, je werkte heel veel en was altijd weg. Ik ben er boos over dat je ’s avonds altijd zo laat thuis kwam en altijd met je vrienden op pad was”.
  • Eisen stellen: “Ik eis dat je voortaan mij direct informeert als er iets is met de kinderen.”
  • Verdedigen: “Het is niet waar dat ik altijd te laat kwam, jij bepaalde altijd de tijdstippen dat ik de kinderen moest ophalen en je wist dat ik dat niet kon combineren met mijn werk”.
  • Zuchten, grinniken of ander non-verbaal gedrag waaruit blijkt dat de andere ouder niet serieus wordt genomen.

Het kind centraal

Maar… hoe kan je die zogenaamde strijdtaal omzetten naar een taal waarin je laat zien dat je als ouders wilt samenwerken? Hoe kan je als ouders zodanig communiceren dat duidelijk wordt dat je het belang van het kind centraal stelt? Dat je als ouders rustig overlegt en afspraken kan maken over de kinderen?

Oudertaal

  • In plaats van opdrachten geven kan je de andere ouder een vraag stellen. Bijvoorbeeld: “De kinderen komen vaak moe weer thuis en moeten dan nog laat eten. Zou je de kinderen misschien eerder willen terugbrengen zodat we nog rustig samen kunnen eten?”
  • Niet van alles erbij halen maar juist je punten één voor één benoemen aan de andere ouder. Bijvoorbeeld: “Ik denk dat wanneer de kinderen een dag per week naar jou toe gaan, dat eerst genoeg is. Ik vind het anders te onrustig voor de kinderen.”
  • In plaats van eisen stellen aan de andere ouder een voorstel doen. Bijvoorbeeld: “Is het een idee dat je mij voortaan zo spoedig mogelijk informeert als er iets belangrijks met de kinderen is?”.
  • Niet direct in de verdediging schieten maar de boodschap ontvangen. Bijvoorbeeld: “Ik hoor wat je zegt over het te laat komen, ik vind het vervelend dat je dat zo hebt ervaren.”
  • In plaats van een houding aan te nemen dat de andere ouder niet serieus wordt genomen, de andere ouder aankijken en non-verbaal een vriendelijke houding aannemen.

Door als ouders meer aandacht te hebben voor oudertaal leg je samen meer de aandacht op het samenwerken in plaats van op ruzie maken en strijd voeren. Een kind heeft er baat bij wanneer hij of zij merkt dat zijn of haar ouders overleggen en afspraken maken. Als ouders leg je op die manier een belangrijk en stevig fundament voor de rest van het leven van je kind.

De nieuwste blogs en nieuwsartikelen als eerste in uw mailbox?

Reacties

  1. robo - vrijdag 16 februari 2018 17:22

    Ik lees dit artikel en heb wat bedenkingen hierbij;

    Ik lees het volgende

    •Niet van alles erbij halen maar juist je punten één voor één benoemen aan de andere ouder. Bijvoorbeeld: “Ik denk dat wanneer de kinderen een dag per week naar jou toe gaan, dat eerst genoeg is. Ik vind het anders te onrustig voor de kinderen.”

    In dit soort situaties vinden beide ouders zich natuurlijk altijd het meest belangrijke. Hier lees ik de positie van een ouder waar de kinderen "wonen". Voor wie is het nu eigenlijk te onrustig wanneer de kinderen maar 1 dag per week naar de ander toegaat? Is dat voor de kinderen? Of is dat voor de ouder die voor de andere ouder bepaald wat goed voor hem/haar is?

    Wanneer het kinderen betreft, vraag het dan de kinderen.... Zeker als de kinderen al wat ouder zijn.

    Ik begrijp wel wat er bedoeld wordt met dit punt. benoem punt voor punt. Maar in deze zin worden 3 onderwerpen aangehaald;

    1. Hoeveel keer de kinderen naar de ander toe mogen
    2. Wat vindt de steller genoeg
    3. Wat vindt de steller onrustig

    Er wordt geen vraag gesteld. Je kan het ermee doen... of niet.
    En het komt erg betuttelend over.

    Mvg bobo

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt